U bent niet ingelogd!
Log in of registreer (Waarom?)
Bloemenwinkel "Bloemen Jessica", zes uur 's namiddags, sluitingstijd. Jessica is zoals gewoonlijk een hele dag in haar bloemenwinkel bezig geweest en heeft vandaag maar amper iets verkocht. Niet zo vreemd trouwens, het heeft de hele dag geregend en er was amper iemand te zien buiten. Alleen rond de middag kwam er iemand binnen, helemaal doorweekt. Het was een kleine man met kort bruin haar, die zocht achter een bloemetje om zijn vrouw te verrassen. Jessica heeft bijna drie kwartier verschillende bloemen aan hem getoond, om uiteindelijk maar een klein boeket te verkopen. Tijdens het inpakken van het boeket had ze zich dan ook nog eens gesneden aan de plastiek die ze er rond deed. Nadat de man vertrokken was had ze meteen haar hand afgespoeld om het beetje bloed weg te hebben. Het was eigenlijk niet nodig, er was amper bloed aan haar hand, maar zo was ze niet voor de zoveelste keer de planten aan het water geven, of naar buiten naar de regen aan het staren, of hopeloos aan het wachten op klanten. Maar nu was het sluitingstijd en kon ze naar huis, naar haar man Wilfried en hun kinderen Filip en Angela. Ze sloot de kassa, liet de rolluiken af, deed het licht uit, zette het alarm aan en ging naar buiten. Van zodra ze de deur sloot van de winkel deed ze de deur op slot. Naast de winkel was een kleine parkeerplaats waar vier auto's konden staan, waarvan eentje de hare was. Nadat ze door de regen naar haar wagen liep stapte ze in en startte de motor. Ze reed langzaam achteruit de straat op, schakelde de wagen in eerste versnelling en vertrok naar huis. De regen sloeg tegen de auto en maakte een enorm geluid, waarbij ze nog nauwelijks de motor hoorde. Normaal zette Jessica de radio op om het nieuws te horen, maar dit deed ze vandaag niet. Wat voor zin had het ook, het regende zo hard dat ze het toch niet zou kunnen verstaan. Toen het een paar minuten erna minderde met regenen zette ze toch maar de radio op. Misschien was ze nog op tijd om de laatste berichten te horen. Ze hoorde nog net een mannenstem zeggen "autosnelweg zal rond 8 uur vanavond opnieuw geopend worden. Tot zover het 6uur-journaal en tot 7 uur voor meer nieuws." Te laat dus, ook al kon ze uit dat laatste stuk opmaken dat er ergens een ongeval moet gebeurd zijn op een autosnelweg. De radio ging toen opnieuw uit, hierna kwam namelijk elke dag een debat waar ze nooit interesse in had.
Enkele minuten later sloeg ze een straat in naar links, reed een beetje verder en parkeerde haar wagen voor een klein rijhuis. Het was een nog niet zo oud rijhuis, maar door de planten die bijna de volledige voorgevel bedekten was dat niet meer zichtbaar. Jessica stapte uit haar wagen en deed hem op slot. Vervolgens nam ze de sleutel van haar voordeur, draaide hem in het slot, duwde de deur open en bleef staan. Ze draaide zich om en keek naar een lege parkeerplaats op de straat vlak voor haar wagen. "Vreemd," dacht ze, "Wilfried is nog niet thuis". Ze draaide zich opnieuw om en ging naar binnen. Het was ondertussen gestopt met regenen en haar jas was dus niet meer nat geworden, maar was toch nog vochtig van toen ze de winkel verliet. Ze zette haar handtas neer op een klein tafeltje vlak naast de voordeur, deed haar jas uit en hing die aan de kapstok tegen de muur aan de andere kant, zette haar schoenen in de kast onder de trap en deed haar pantoffels aan. Daarna bleef ze stil staan en luisterde. Het was stil in het huis, waarschijnlijk waren de kinderen net zoals Wilfried niet thuis. "Hij zal vast met hen al naar de winkel zijn" dacht ze. Ze had hem 's morgens gevraagd om even bij de winkel te stoppen als hij terug kwam van zijn werk. Hij zal waarschijnlijk eerst naar huis gekomen zijn om daarna als de kinderen thuis kwamen samen met hun naar de winkel te gaan. Jessica zelf kon niet naar de winkel gaan, want die sloot ook om zes uur, net wanneer Jessica gedaan heeft met werken. Toch vond ze het vreemd dat Wilfried niet thuis was, het was al kwart na zes en de winkel is maar vijf minuten rijden. Ze ging door de hal naar de badkamer, waar ze eerst even naar het toilet ging. Toen ze uit de badkamer kwam ging ze naar de keuken, want ze wou even iets drinken. Om naar de keuken te gaan moest ze door de woonkamer, waar ze de boekentassen van Filip en Angela zag staan. Ze waren dus al thuis geweest, dat kon ze hieruit besluiten. In de keuken haalde ze een glas uit de kast en zette het op tafel. Uit de koelkast nam ze een fles limonade, haalde de dop er af en schonk een half glas in. Ze zette de fles opnieuw in de koelkast en dronk haar glas in één keer leeg. Haar glas plaatste ze op het aanrecht naast de wasbak. Ze ging terug de woonkamer in, en dacht toen plots aan haar handtas, die stond nog op het tafeltje naast de voordeur. Normaal zet ze die als ze uit de hal komt naast een kast in de woonkamer, maar vandaag was ze dat blijkbaar vergeten. Nadat ze haar handtas naast de kast gezet had, haalde ze haar gsm er uit om te zien of Wilfried misschien een berichtje had gestuurd. Dat doet hij altijd als hij niet thuis is als Jessica thuis komt. Ze zag nergens een melding dat ze een bericht ontvangen had, en in haar inbox stonden ook geen nieuwe berichten. Jessica begon wat bang te worden, dit was nog maar één andere keer gebeurd en toen had Wilfried een erg ongeval gehad op de terugweg van zijn werk. Het was toen ook hard aan het regenen en Wilfried was beginnen slippen waarna hij tegen de vangrails botste nadat hij twee andere wagens raakte. Hij heeft toen een maand amper voor zichzelf kunnen zorgen waardoor zijn moeder bijna altijd bij hun thuis was. Vandaag had het ook hard geregend, en op de radio hoorde ze nog net dat er ergens een autosnelweg was afgesloten tot 8 uur vanavond. Zou hij opnieuw een ongeluk gehad hebben? "Nee, tuurlijk niet" dacht ze. Sinds het ongeluk denkt ze veel te snel dat er weer iets gebeurd is. Een week geleden nog: de kinderen waren er niet toen Jessica thuiskwam, hun boekentassen stonden niet in de woonkamer en Wilfried was nergens te zien. Meteen dacht ze het ergste, tot ze Wilfried in de zetel hoorde snurken. Ze dacht dat hij niet had opgemerkt dat de kinderen nog niet thuis waren omdat hij sliep en ze onderweg misschien iets hadden voorgehad. Nadat ze hem wakker gemaakt had legde hij uit dat de kinderen bij zijn moeder waren, en dat ze hun ging afhalen na school waardoor hun boekentassen nog niet thuis stonden. Maar nu lag Wilfried niet in de zetel te slapen. Ze ging naar zijn bureau om te zien of zijn laptop al aan stond. Elke keer als Wilfried thuis komt zet hij meteen zijn laptop op, om zijn mails na te kijken. Maar zijn laptop stond nu niet op, hij was dus waarschijnlijk niet thuis geweest. Of was hij misschien iets later thuis gekomen, op hetzelfde uur als de kinderen? Dan had hij waarschijnlijk meteen naar de winkel gereden samen met de kinderen en kon hij zijn laptop dus niet opzetten. Dat zal het wel zijn vermoedde ze, terwijl ze zich liet vallen in de zetel voor de televisie. Normaal begon ze op dat moment aan het eten, maar omdat ze niet wist wanneer Wilfried en de kinderen thuis waren, begon ze er nog niet aan. Anders was het eten misschien klaar terwijl ze nog alleen thuis was, en dan was het al koud als de rest thuis kwam.
Half zeven 's avonds, Jessica ligt nog steeds in de zetel en de televisie voor haar staat op. Veel van wat er gezegd wordt dringt niet tot haar door want ze ligt met haar ogen toe en is in slaap aan het vallen. Plots schiet ze wakker en gaat ze meteen recht zitten, er moet iets gebeurd zijn waardoor ze uit haar slaap ontwaakte. Dan weet ze wat haar wakker maakte, de telefoon gaat namelijk. Ze vermoedt dat het Wilfried is en spurt naar de telefoon. Ze neemt hem op, zegt wie ze is en luistert. Nadat ze even luisterde valt haar mond open, komen er kleine traantjes uit haar ogen en begint ze te beven. Het was een vervormde mannenstem aan de telefoon. De stem vroeg haar dreigend of ze zich niet afvroeg waar haar man Wilfried was. Angstig zei Jessica "Euh, ja, eigenlijk wel, ze zijn laat... Met wie spreek ik?". "Wie ik ben doet er niet toe" zei de stem dreigend, "kom onmiddellijk naar het oude speelplein.". Jessica begon nu echt bang te worden, ze vermoedde dat haar man ontvoerd was en dat de ontvoerder nu met haar wou onderhandelen over losgeld. Maar ze hadden niet zoveel geld, ze konden amper rond komen. Hoe moest ze dat gaan betalen, zeker nu dat er de laatste maanden nog amper iemand over de vloer kwam in haar winkel. "Je weet toch waar het oude speelplein is?" zei de stem plots. "Euh.. Bedoel je het pleintje naast die uitgebrande huizen?" vroeg Jessica. "Ja, daar, ja, en nu meteen!" zei de stem gehaast vlak voor hij de telefoon ophing. Jessica wist niet wat ze moest denken, wat had dit te betekenen. Ze liep vlug naar de badkamer om nog even naar het toilet te gaan. Toen ze het toilet doortrok keek ze nog even naar zichzelf in de spiegel. Jessica had lang bruin haar tot iets onder haar schouders, bruine ogen en had altijd een lach op haar gezicht. Ze had altijd een klein beetje make-up aan, onder haar ogen. Elke keer als ze in de spiegel zag, zag ze diezelfde vrolijke, blije Jessica. Maar nu zag ze een bange Jessica, haar haar was licht in de war van te slapen in de zetel, haar make-up was lichtjes uitgelopen door haar tranen en haar lach was nergens meer te zien. "Komaan Jessica, het is een grap, je zult het zien." dacht ze om zichzelf wat moed in te spreken. Ze liep naar de kast onder de trap, haalde haar schoenen er uit, smeet haar pantoffels uit zonder ze in de kast te zetten, en deed haar schoenen aan. Vlug nam ze haar jas en deed de voordeur open. Haar handtas! Die was ze weer bijna vergeten. Ze liep naar de woonkamer terwijl ze ondertussen haar jas aandeed, nam haar handtas, liep opnieuw naar de hal en ging naar buiten. De deur sloeg toe, terwijl ze naar haar wagen liep. Het was gestopt met regenen merkte ze op, en gelukkig maar, want het oude speelplein lag er de laatste jaren niet meer zo verzorgd bij. Als het geregend had was het er een echte modderpoel, wat nu zeker het geval ging zijn. En dat beetje regen kon ze wel missen dan dacht ze, ze ging al werk genoeg hebben om niet uit te schuiven in die modder. Ze stapte haar wagen in, en scheurde weg.
In haar wagen hing een klein fotootje van haar man Wilfried, hun kinderen Filip en Angela, en Jessica zelf. Wilfried had een rond gezicht, kort bruin haar met hier en daar al wat grijs en een oorbel in zijn rechteroor. Filip leek net op zijn vader, hij had ook een rond gezicht met kort bruin haar, hij had alleen geen oorbel ook al wou hij er ook eentje. Jessica vond dat Filip hiervoor veel te jong was en het mocht vergeten, maar Wilfried vond het een goed idee waardoor Filip bleef zagen bij Jessica. Maar Jessica bleef elke keer nee zeggen, "acht jaar is veel te jong voor een oorbel" zei ze dan. Angela daartegen had wel oorbellen, maar zij was natuurlijk een meisje wat toch een verschil maakt. Angela leek in tegenstelling tot Filip meer op Jessica, ze had even lang bruin haar en lachte altijd. Toen Jessica naar de foto keek vroeg ze zich af of Filip en Angela er ook mee te maken hadden, de man vroeg namelijk alleen of ze zich zorgen maakte over Wilfried. Even later parkeerde ze haar wagen in een straatje vol verlaten huizen. Het gaf een akelige sfeer toen ze uitstapte en nog regen hoorde druppelen in het huis naast haar. Het huis had namelijk geen dak meer, de steunbalken waren enkele jaren geleden verbrand toen half de straat in brand stond. Sindsdien woont er niemand meer in de straat, maar het gebeurde wel eens dat er mensen een onbewoond huis binnen gingen. Zo had ze eens vier mannen die duidelijk niet van hier waren een huis zien binnengaan, met alle vier een aktetas bij zich. Waarschijnlijk waren het criminelen die daarbinnen iets verkochten of over iets ging onderhandelen. Naast het huis zonder dak stond nog een huis, maar dat was voor de helft ingestort. Daarnaast was een klein speelpleintje, waar vroeger massa's kinderen dag in dag uit zaten te spelen. Vlak na de brand had ze nog af en toe enkele kinderen daar gezien, maar enkele weken na de brand kwam er niemand meer. De kleine struikjes die het pleintje afschermden van de straat waren al maanden niet meer gesnoeid en waren niet meer zo klein. Je kon niet eens meer zien dat er achter de struiken een speelplein was. Alleen op de plaats waar een soort ingang was staan er nu geen metershoge struiken en is het plein te zien. Ze stapte voorzichtig het pleintje op en keek rond haar. De erge modder die ze verwachtte viel nog mee, er waren alleen maar hier en daar een paar plassen maar voor de rest was de grond hard. Ze zag niemand op het pleintje, en stapte verder naar een bergje dat in het midden van het plein stond. Toen ze aan het bergje kwam wou ze naar boven klimmen om te zien of ze van daar iemand zag, maar plots hoorde ze geritsel in de struiken aan de straat. Ze draaide haar om en zag een donkere gedaante. Het was ondertussen al flink donker en de straatverlichting werkte hier niet meer waardoor ze de persoon niet herkende. De persoon kwam dichterbij tot hij plots bleef staan en riep: "Jessica? Kom wat dichter, het is nu wat moeilijk praten". Jessica hoorde dat de stem nog steeds vervormd was. Ze ging aarzelend naar de persoon toe en toen er nog een tweetal meter tussen hun was, stopte ze. De persoon was een kleine man met een bivakmuts op, een zwarte pull, zwarte jeansbroek en donkergrijze sportschoenen. Voor zijn mond had hij iets hangen, wat waarschijnlijk zijn stem vervormde. "Is.. is Wilfried hier niet?" vroeg Jessica. "Wilfried is op dit moment in de auto samen met zijn kinderen onderweg naar huis, maar hij staat in de file. Hij reed de tunnel onder het stadscentrum binnen net toen er een ongeval gebeurde." zei de man vriendelijk. "Ja, ik heb op de radio iets gehoord van een ongeval." zei Jessica al wat meer zelfzekerder omdat ze wist dat er niets gebeurd was, en omdat de man niet meer dreigend maar vriendelijk praatte. "Nee, nee, nee, dat was een ander ongeval. Het ongeval waar ik het over heb is een paar kilometer verder en is rond twintig na zes gebeurd. Het is nog niet op de radio of op televisie geweest." "Maar, hoe weet u er dan van? En waarom is Wilfried in de tunnel? Hij moest daar niet zijn." "Waarom hij daar is weet ik niet. En hoe ik er van weet doet er niet toe. Maar Wilfried en uw kinderen zijn in gevaar. Het is nu achtendertig na zes, om exact kwart voor zeven, binnen zeven minuten dus, rijd een vrachtwagen met benzine in zijn laadruimte de tunnel binnen in de andere richting. Enkele meters voor de plek van het ongeval begint de vrachtwagen te slippen en raakt hij de muur tussen de twee rijrichtingen. Wat er volgt begrijp je wel." "Hoe, hoe, hoe weet u dat? Kunt u die vrachtwagen tegenhouden? Hoe.." "Jessica," zei de man plots wat bozer, "ik help je door je dit te vertellen, je hebt ondertussen nog zes minuten, als je je man en je kinderen graag ziet doe je iets voor de vrachtwagen er is!" De man draaide zich om en wandelde in snel tempo weg.
Jessica wist niet wat er gebeurd was, moest ze dit nu geloven? Ze wist niet of het waar was of niet, maar ze wou Wilfried waarschuwen dat ze daar weg moesten. Met haar gsm wou ze naar hem bellen, die steekt zoals gewoonlijk in haar handtas. Haar handtas, weer vergeten. Ze lag nog in de wagen. Jessica liep naar haar wagen, opende de deur, en nam haar gsm uit de handtas. Ze toetste het nummer van Wilfried in en hield haar gsm tegen haar oor. Ondertussen keek ze rond of ze de man nog zag, maar nergens was iemand te zien. Wilfried's gsm stond niet op, "Waarschijnlijk zal de batterij van zijn gsm plat zijn." dacht ze. Wat nu, hoe moest ze hem bereiken nu bereiken? Dan maar er naartoe rijden dacht ze, terwijl ze in haar wagen stapte. Ze stak de sleutel in het contact en probeerde de wagen te starten, maar de motor wou maar niet starten. Het klokje naast het stuur veranderde naar 18:40, ze had nog 5 minuten. Nog eens proberen,... Weer mislukt. Daar stond ze dan, in het midden van een verlaten wijk met een wagen die niet wou starten, wetende dat haar man en kinderen in gevaar zijn en dat ze hun niet kan bereiken. Er kwamen tranen in haar ogen en er vielen opnieuw enkele druppels regen op haar wagen.
Door: Arne | 06-08-2008 19:21