Gekrabbel.be - Uw literair geknabbel

Naar menu

Verhaal: zwoele zomer, koude douche

zwoele zomer, koude douche

Ik kijk naar mezelf in de spiegel. De ene dag vind ik mezelf mooi, de andere dag vind ik honderden foutjes. Je stuurt mij een sms, ‘dag schoonheid’. Hoewel ik het niet verwacht, voel ik de glimlach op mijn gezicht. Ik kijk opnieuw in de spiegel om te kijken of die er inderdaad is.
Mijn donkere kant denkt even dat jij niet goed genoeg bent. ‘Ga ik nu gecharmeerd zijn door elke vent die mij schoonheid noemt?’ Ik overtuig mezelf dat dit sowieso niets kan worden. Wie ben jij nu eenmaal? Iemand die drank en drugs nodig heeft om het leven wat interessanter te maken.
En waar stopt dat? Er ontvouwt zich onmiddellijk een toekomstbeeld voor mijn ogen. Hoe de toekomst er met iemand als jij zou uitzien.
Maar aangezien ik nogal een reputatie heb van ‘nee’ zeggen. Kies ik er deze keer voor, op de afspraak in te gaan. ‘Komaan, geef het een kans. Je zegt altijd nee. Gewoon iets gaan drinken.’

Het was niet de bedoeling je bij mij thuis uit te nodigen. Toch is het nu zo. Je staat aan mijn deur en ik ben verbaasd over de moeite die ik steek in je het huis te tonen. Mijn trots wint van mijn apathie.
We hebben afgesproken de laatste nieuwe hype in de cinema te gaan bekijken. Ik heb mezelf getroost met het feit dat als het tegenvalt, ik toch een leuke film gezien heb.
Het is een film in 3D, die kost meer en je moet er ook extra brilletjes voor kopen. Het feit dat ik een bril draag en die stomme bril er bovenop moet zetten raakt mijn ijdelheid toch een beetje. Ik probeer een goede manier te vinden om het dimensionele aspect niet aan mij voorbij te laten gaan. De mannen en de vrouwen in de film zijn zoals steeds plastiek mooi. Daar kan je als alledaagse, natuurlijke entiteit niet meer aan tippen. Dit soort films zijn perfect om ieders zelfvertrouwen op te peuzelen. Het complot van mannen om vrouwen hiermee naartoe te nemen wordt me duidelijk. ‘Zo’n mooie man kan ik nooit krijgen.’ En plots lijkt diegene die naast je zit niet zoonaantrekkelijk meer. De 3D bril lijkt niet meer van mijn ogen af te glijden. En draagt zich over op jouw contouren. Ik zie je anders, je aanwezigheid is plots warmer. De hitte van het scherm straalt zich op ons af. Plots praat ik over ons.

Na deze onwaarschijnlijke twee uren zou ik alleen naar huis kunnen gaan. Maar wat zou ik anders doen op een zondag, alleen thuis?
Ik vraag of je nog zin hebt om iets te gaan eten. En dat is duidelijk het geval.
De inhoud van waar we over praten tijdens het eten is minder interessant. Het gaat vooral over sport, hobby’s en exen. Wat mij nooit eerder was opgevallen is de kleur van je ogen. Hoe je naar mensen kijkt, en nu vooral naar mij.
De rest van je fijne lijf, zegt me niet veel. Maar je ogen spreken me aan. Het feit dat ik al maanden alleen thuis zit doet mij vragen of je nog iets wil drinken. We gaan naar mijn huis.
Zittend in mijn zetel pols je naar mijn laatste ‘relatie’ of ‘los contact’. Beiden praten we er ongecensureerd over. Wat mij ook het gevoel geeft dat je dit wel ziet zitten. Waarom zou je er anders achter vragen?
Ik voel dat mijn lijf mij dwingt, ik probeer het tegen te houden. Maar mijn donkere kant is daar weer om te zeggen. ‘Gewoon één keer seks. Als het tegenvalt, gewoon aan de deur zetten.’
Om je mijn bedoelingen duidelijk te maken leg ik mijn benen op die van jou. Eerst denk ik dat je het niet wil omdat je niet reageert. Maar al snel liggen je handen op mijn voeten. Je duim streelt over mijn zool. Dit vertelt me al iets over hoe je zal zijn. De meeste mannen bespringen je dan snel of strelen je op één plek tot ze vinden dat ze lang genoeg gewacht hebben. En laten je borsten daarna niet meer los.
Het rare is dat ik je nu niet meer durf aankijken. Bang dat je iets gaat zeggen. Allebei kijken we naar de tv, zonder te volgen wat er gebeurt. Want de aanraking vraagt alle energie.
Ik kijk naar de klok, en ben bang dat je plots gaat rechtstaan. ‘Ik moet gaan werken morgen.’ Zou je dan zeggen en daarna zou dit gevoel bij mij nooit meer terugkeren.
Daarom zet ik me recht. ‘schuif eens op.’ Ik lig nu op je borstkas, met je arm rond mij. Nu zal het wel opschieten. Je wrijft over mijn arm en probeert met je duim mijn hemdje omhoog te krijgen. Daar voel je voor het eerst een kleine schok als je over mijn middel strijkt.
Ik verschuif mijn hand van op je borstkas naar je nek. Daar probeer ik nog hoger in je haren te reiken. Je zakt nog meer onderuit. Nu liggen we beiden plat op de zetel. Het strelen gaat sneller. Ik graai met mijn vingers in je haar en duw je lippen op de mijne.
Eindelijk weet ik hoe je kust. Het lijkt alsof we al jaren kussen. Het gaat vanzelf, ik hoef je niet te leren wat ik wil of leuk vind. Ik hou mijn ogen stevig toe. Bang om ze te openen en van gedacht te veranderen. Ik wil me laten meevoeren met mijn verlangens.
Ik doe wat ik altijd doe. Ik streel, ik kronkel en strek mijn hals naar achter. Ik voel je mij aanvoelen.
Je weet precies wat ik wil. Je doet het niet te snel, omdat jij weet dat vrouwen willen voelen. Onze fantasie is zo sterk dat die het spel bepaald. Als het te snel gaat zal het minder heet zijn, omdat de fantasie nog niet klaargekomen is.
Je vingers maken één knoopje los, toch grijp je niet zomaar mijn borsten vast. Je laat me smachten om het te doen. Je zou bijna wachten tot ik je handen zelf daar leg. Ik geniet zo van alles wat je doet. Het kan niet lang genoeg duren. Toch vind ik het vervelend dat het licht aan is. In het donker zou het nog zoveel beter zijn. Dan verander jij in iemand anders. Moet jij niet zien hoe ik mijn ogen dichtknijp.
Ik sta vol rode plekken, je schrikt een beetje. ‘Dat is een goed teken’ gebaar ik. ‘Dat betekent dat ik helemaal opgewonden ben.’ Je lacht en blaast een beetje koelte in mijn richting.
Je blaast van aan het losse knoopje tot in mijn nek en eindigt met een kus. Ik weet genoeg, ik wil alles!
Met één gebaar ‘boven’, laten we de rommel beneden voor wat het is. Ik kijk niet naar je als ik de trap opga. In de slaapkamer maak ik het zo donker mogelijk. Ik wil alleen nog maar voelen.

Nu ben ik volledig ontspannen, in het donker voelt het allemaal zoveel beter. Je bent volledig gefocust op mijn lichaam. Het is niet wat ik gewoon ben, maar het voelt zo ongelooflijk goed. Mijn ervaring leerde me dat mannen of heel verlegen zijn en je nauwelijks durven aanraken om dan heel snel klaar te komen. Of ze zichzelf zo overschatten dat ze vergeten dat je er ook nog bij bent. Maar het ergste zijn de slechte kussers. Je kan ze moeilijk onmiddellijk aan de deur zetten. Ze laten je achter met een schuldgevoel, een gevoel van totale oppervlakkigheid. Maar slecht kussen is niet toegestaan.
Daar waar anders mijn borsten worden gebruikt als knijpbal en het doel van de oefening duidelijk is. Is het voor jou belangrijker om te weten dat ik geniet. En net wanneer ik God wil aanroepen en mijn rug hol maak, schuift je hand helemaal naar boven. Over mijn nek tot in mijn haren. ‘O mijn god!’

In het donker voelen je armen en handen ideaal aan. Ondertussen is er al hier en daar wat licht naar binnen geglipt. Elk moment dat je mij aanraakt bezorgt me kippenvel. Je zegt af en toe iets, maar ik begrijp niet altijd alles. Het is in ieder geval niet altijd wat ik wil horen.
‘Mag ik hier komen wonen?’ of ‘Ik ben van jou, en jij van mij.’ Doet mij vrezen dat ik je snel duidelijk moet maken dat dat niet de bedoeling is. Ik reageer dus met een bescheiden glimlach.
Ik heb mezelf voorgenomen niets van je te vragen. Voor mij mag het bij deze ene keer blijven, maar als je vraagt nog eens af te spreken zal ik niet weigeren.

Even later verdwijn je uit mijn bed. Je moet gaan werken, en hebt nog een paar km af te leggen. Ik begeleid je naar de voordeur en snel ben je de hoek om. Het lijkt alsof er twee paar mensen zijn. Wij tussen de lakens, zonder remmingen. En wij die nog een beetje verlegen tegen elkaar zitten gebaren, met de nodige klunzigheid. De macht van licht en donker is niet te onderschatten.
Ergens voel ik mij wel schuldig. Waarom heb ik dit gedaan? Ok, het resultaat had ik absoluut niet verwacht. Ik was er zo zeker van dat ik dit nooit zou toelaten.
Ik vertrouwde op mijn eigen discipline. Daardoor kon ik zonder moeite de meeste mannen schaamteloos weigeren. ‘Afkeuren’ op een onbenulligheid. Nu sta ik machteloos terwijl mijn lust het van mij overneemt.

En dan is er dat moment, iedereen kent het. Wanneer komt het eerste teken van leven na de eerste nacht samen. Ik probeer er niet aan te denken. Want zou dat niet betekenen dat ik er meer van verwacht?
Toch had ik niet zo snel iets verwacht. Het is maandag en ik krijg de vraag of je zaterdag bij me mag blijven slapen. ‘Als je dat wil.’ Lijkt me een niet te gretig maar toch uitnodigend antwoord.
Dus maken we afspraken. De rest van de week krijg ik af en toe een bericht. Je wil weten hoe het met me is. Hoe ik me voel. Natuurlijk antwoord ik, maar ik doe mijn best het luchtig te houden.
Ik lieg niet tegen je. Als ik op school rondloop met een grote glimlach op mijn gezicht, staat dat in mijn sms.
De week duurt lang wetende dat er me zaterdag weer een zalige lange nacht staat te wachten. Dit is voorlopig het enige wat ik mis als vrijgezel. Nooit weten wanneer de volgende keer zal zijn. Het maakt de ontmoeting zuur en zoet tegelijk.
Zou het na honderd aanrakingen nog hetzelfde voelen? Meestal wordt het na zoveel keer een routine. Zij weet wat hij wil, hij weet wat zij lekker vind. En elke keer zijn ze sneller klaar.
Tot er een dag komt dat het niet meer nodig lijkt. Dat er andere dingen belangrijker zijn en ze samen stil wegebben in de relatie.
Het gevoel als een behoefte wordt bevredigd kan een climax op zich zijn. De tijd tussen die bevrediging zorgt voor de grote van de behoefte, of niet?

Voor ik de zaal binnenstap voel ik een knoop in mijn maag. Ik ben bang dat ik je zal zien en me zal bedenken. Want één week is lang. Wat me bijbleef was niet je gezicht of je contouren. Maar het gevoel, de aanrakingen en hoe die mij genot gaven.
Daar sta je. Ik wacht bijna tot laatste om je een kus te geven. Het is altijd spannend. Wat is het eerste dat je zegt? Niemand mag het weten. Maar ziet niemand de verandering in onze blik naar elkaar? Raak je elkaar niet anders aan dan ervoor? Of zijn mensen gewoon niet opmerkzaam genoeg…
Heel de avond wisselen we niet veel woorden. Je bent straks toch bij me. Eigenlijk kan de avond niet snel genoeg voorbij zijn. Dan kan ik naar huis rijden en even later zal je aan mijn deur staan.
Mijn beste vrienden merken het aan mijn vrolijke opflakkering. Er is iets, maar ze weten niet juist wat. Laat dat voorlopig maar zo. Ik verzin wel iets.
De rit naar huis duurt een eeuwigheid. Ik ben me bewust van het feit dat jij ook al vertrokken bent. Dus daar rijden we dan, ieders op een stuk van de autostrade. Jij een eind achter mij. Als ik nu zou stoppen aan de kant van de weg. Zou je mij opmerken? Of gewoon voorbij rijden.
Thuis aangekomen kijk ik snel of mijn huis er niet te rommelig bijligt. Ik kijk niet in de spiegel, mijn eigen blik zou te confronterend zijn.
Waar blijf je toch? Het lijkt alsof ik honderden auto’s hoor passeren. Plots gaat de bel. Je zou verwachten dat de deur wordt opengerukt en een passionele kus volgt. Maar dat is niet de stilzwijgende afspraak. Je wordt met een glimlach ontvangen en weet de weg reeds naar de woonkamer. Daar plof je in mijn zetel, je ligt bijna helemaal onderuit. Irritatie kruipt van mijn maag naar mijn keel. Je voelt je blijkbaar al thuis of je bent moe. Sowieso een verkeerde zet. Ik laat je hier binnen voor één ding en daar hoort moe zijn niet bij. Dus zorg ik ervoor dat we anders zitten. Er wordt nog wat gebabbeld maar al snel vraag ik of we gaan slapen. Het is niet dat ik heel de avond naar je staan kijken heb met een brandend verlangen. Maar mijn lichaam wil wat het vorige week gekregen heeft.

Ik voel me net een tijgerin. Het lijkt alsof ik je verslind, met huid en haar. Elke aanraking van je is een aanzet. Ik betrap mezelf erop dat ik je even ‘laat’ slapen. Want je hebt de energie nodig voor de volgende uren. Maar het is sterker dan mezelf, ik kan het niet stoppen. Ik wil van elke minuut en elk moment genieten. En zolang jij mij niet achterlaat in mijn kooi zal ik verder klauwen.
Het is zo uitputtend dat ik mezelf verontschuldig. Ik vrees dat dit een slechte gewoonte is. Een uitgehongerde tijger die eindelijk haar honger kan stillen zal haar prooi uitmergelen.
Ik ben er alvast van overtuigd dat jij na vandaag niet meer zal terugkomen. Je littekens zullen je eraan herinneren hoe gevaarlijk ik ben.
Toch blijf je opmerkingen maken. ‘Je bent zo lekker. Je hebt mooie benen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit naakt naast jou zou liggen.’ Wat me het gevoel geeft dat ik een soort gegeerd object ben. En welke vrouw wil nu niet begeerd worden?

We spreken elke week wel een avond of weekend af. Het is zo gemakkelijk. Ik stuur een sms en er komt snel een positief antwoord. Eerst verwacht ik dat je altijd bij mij komt. Maar na een paar keer afspreken ben ik zelfs bereid jouw kant uit te komen.
Je vraagt me vaak naar mijn ervaring met andere mannen. En omdat dit toch een puur fysieke relatie is, vertel ik openhartig. Eén keer zie ik aan je uitdrukking dat het je niet zint. Pech, je vroeg erom.
De zoveelste keer dat we in mijn zetel liggen. De alom bekende lepeltjes houding is zo heerlijk. Ik heb mijn haren uit de weg gelegd. Je ligt nu met je lippen aan mijn oor. Zonder beweging, zonder geluid. Ik weet dat je naar me kijkt. Als ik een reactie wil is mijn actie simpel. Eerst beweeg ik zacht met mijn heupen, ik duw mijn billen dicht tegen je aan. Ik laat een zucht terwijl ik mijn hoofd lichtjes draai en mijn vingers over die van jou laat glijden. Met het gewenste resultaat. Je laat je lippen over mijn hals strelen. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op je been, ik knijp er zachtjes in. Je geeft me een stevige omhelzing en kust de rest van mijn nek. Dit kan ik heel de dag volhouden. Het is zo genieten dat ik moeite heb je los te laten. Je moet weg, en dat weet ik wel. Maar ik wil gewoon verder, nog nog nog.
Soms ben ik bang dat ik je verstik, ik blijf mijn lippen op die van jou duwen. Ik blijf je opeisen, en wil steeds vastgehouden worden. Maar elke keer als ik denk dat je zal afhaken krijg ik een bericht. Wil je nog eens afspreken.
Ik overtuig mezelf er van te profiteren zolang het kan. Je constante complimenten bevestigen mijn vermoeden dat jij meer voelt voor mij dan ik voor jou.
Deze regeling is ideaal. Ik doe mijn ding, jij doet jouw ding. Wanneer we willen spreken we af. Toch neemt de intensiteit toe. Ik wil je zien, jij wil mij zien.
Je bent zelfs verrast door mijn vraag naar variatie. Jij vindt het ok om steeds dezelfde poses aan te nemen, die geweldig aanvoelen. Misschien waren je vorige partners eerder poesjes in plaats van tijgers.

De zomervakantie komt dichterbij. Volgend weekend vertrek ik een paar dagen naar Frankrijk. Je huisgenoot gaat met mij en nog twee andere mee. Je maakt opmerkingen over meegaan. Opmerkingen die ik probeer weg te lachen. Zo moet ik er niet serieus op ingaan. Je lijkt onzeker door mij steeds op te merken dat ik daar wel iemand zal ontmoeten.
Wat verwacht je dat ik zeg? ‘Nee, jij bent de enige voor me?’ Waarom zou ik dat zeggen?
Ik haal mijn schouders op en gebaar dat het zou kunnen. ‘Je weet nooit.’

Natuurlijk ontmoet ik niemand op reis. Het overkomt me zo zelden. Waarom zou het dan nu plots wel zo zijn?
Regelmatig krijg ik bericht vanuit België. Dat het weer er niet zo goed is. En dat Frankrijk niet zo ver is om langs te komen. Toch heb ik niet echt het gevoel dat ik je daar bij mij wil hebben.
Eens ik terug in België ben besluit ik een moment voor je vrij te maken. Binnen enkele dagen vertrek ik opnieuw op reis. Zou ik je willen meenemen, in mijn koffer? Daar in de lade van de kast leggen om je er ’s avonds uit te halen. Opnieuw je onzekerheid, dat ik daar wel iemand zal ontmoeten. Ben je bang dat ik je niet meer ga willen zien?

Ik neem me voor niet te veel van me te laten horen op reis. Eens kijken hoe het zit tussen ons.
Maar een routine onderbreken blijkt toch niet zo gemakkelijk. Zeker niet wanneer je reisgenoten bezig zijn met iedereen te contacteren. De twee dames met wie ik op stap ben weten al snel over ons avontuurtje. Openlijk praten we met elkaar en het doet me deugd dat ik kan vertellen zonder schroom. Ze noemen je een ‘deugddoener’. En dat etiket heb je dubbel en dik verdiend. Ik beschrijf je als iemand die mij het gevoel geeft de mooiste vrouw ter wereld te zijn.
Omdat we zoveel over deugd doen praten voel ik toch de neiging om je een bericht te sturen. Gewoon om te laten weten dat ik veilig ben aangekomen.
Om de paar dagen stuur ik een verslag via mail naar mijn familie en vrienden. Daar staat je naam tussen al de rest. Niet gerangschikt in volgorde of belang.
Zuid-Afrika is prachtig, zo mooi, onbeschrijfelijk. Nu ja, wel beschrijfelijk in poëtische zin. En dat probeer ik dan ook zoveel mogelijk te doen. Denk ik vaak aan je?
Enkel als ik met mijn lichaam in contact kom. Door mijn lakens omhuld in bed of mijn huid omhuld door het water uit de douchekop. Waar is nu die ladekast?
Toch geniet ik van het weg zijn uit België. De openheid van dit nieuwe land en de mogelijkheden rond elke hoek.
Op een zeker avond krijg ik een sms. Je hebt mijn verslag gelezen en de reiskriebel is blijkbaar goed omschreven. Je wil ook op reis, en liefst met mij samen. ‘Wij moeten samen eens weggaan.’
Ik denk heel lang na over wat ik daarop zou antwoorden. Ik weet het niet. Wil ik dat wel?
Hoe zou een reis met jou eruit zien? Mijn antwoord is weer even neutraal als vroeger. De vraag een beetje ontwijkend.
Een paar dagen later krijg ik opnieuw een sms. Je bent op de Gentse feesten en je verveelt je. Jij bent op één van de feesten in Vlaanderen, terwijl ik in een koude kamer in een bed lig in Zuid-Afrika. En jij verveelt je?
Ik krijg het gevoel dat je mee in mijn bed kruipt. Je naast me nestelt en wil dat ik zeg ‘ik mis je’.
Mijn antwoord is duidelijk. ‘Kijk naar de mooie dingen, het vrouwelijk schoon en geniet van de avond.’ Achteraf gezien denk ik dat dit een scharniermoment voor je was. Ik weet niet wat er die avond gebeurt is, ik wil het ook niet weten. Maar ik heb ik klein vermoeden.
Op dit moment interesseert het mij niet. Moest er morgen een aantrekkelijke man voor mijn neus staan, zou ik niet aan jou denken. Dus waarom zou jij wel aan mij moeten denken?

Aan het einde van de reis is het duidelijk dat ik, zoals gewoonlijk, geen onverwachte verrassingen te verwerken krijg. Daarom begin ik wel terug aan je te denken. Want na een lange reis zou jij het perfecte dessert zijn.
Eens ik terug in mijn geboorteland ben aangekomen, laat je niet lang op je wachten. Deze keer heb ik veel te vertellen. Je ligt weer onderuit gezakt in mijn zetel, zoals ervoor. En nog steeds irriteert het me. We gaan samen eten en ik blijf met verhalen op de proppen komen. Uitgesteld genot in mijn achterhoofd.
Ik leid je terug naar mijn slaapkamer waar we de draad terug oppikken. Zonder moeite, naadloos zoals een choreografie in de dans. Ik ken mijn pasjes, jij die van jou.
Mijn vingertoppen over je huid, mijn been rond je middel, mijn lippen open gesperd. Jouw handen op mijn heup, over mijn buik, schouders en ten slotte de hals en haren. Af en toe open ik mijn ogen, zie ik je van dichtbij. Besta je uit puzzelstukjes. Weiger ik er een geheel van te maken.
Af en toe stop je. ‘Godverdomme, wat ben je lekker.’ Nemen we allebei een moment om te bekomen. Ken je dat gevoel? Dat je de kamer lijkt in te ademen. Je zou bijna ‘ik hou van je zeggen’. Maar je doet het niet, omdat het niet echt is. Je lichaam is aan het woord.

Een paar dagen later krijg ik een bericht dat je alleen thuis bent. Mijn beste vriend is bij me op bezoek. Het liefst zou ik onmiddellijk naar je toe komen. Maar wil je dat wel?
Dus na een reeks berichten vertrek ik. Als ik bij je thuis ben, is de deur open. Je bent nog even naar de nachtwinkel. Drank gaan halen voor jou en mij.
Als je binnenkomt zit ik al op de zetel, speciaal voor jou zocht ik een aantrekkelijke pose. Je toont me trots de mogelijkheden van de nieuwe zetel. Jullie huis is een echt mannenhuis. Beetje decoratie, maar de belangrijkste elementen blijven de tv en de zetel.
De zetel is als een bed, waar we opnieuw lepel kunnen spelen. Ik merk bij mezelf dat ik meer en meer op mijn gemak ben bij je. We praten over alles, we lachen veel. Je vertelde me ook al dat je je goed voelt in mijn huis.
Voor het eerst zoek ik niet naar een neutraal antwoord, maar glimlach ik naar je vanuit de buik. Geen gemaakte glimlach, het echte werk. Als ik de zoveelste keer over het belangrijkste in mijn leven vertel, mijn familie, laat je me weten dat je die wel eens wil zien.


Even stel je me teleur, want je begon aan een heerlijk couplet zoenen en strelen. Meestal volgt er dan een aria van kermen. Maar plots stop je en zeg je. ‘ik ben moe’.
Eerst denk ik dat je me iets wijsmaakt. Maar je lichaamstaal is duidelijk. Het stopt hier. Daar lig ik dan, vol rode vlekken van opwinding. Ik leg je hand op mijn borstkas. ‘Zo warm.’ zeg je. Duidelijk geïrriteerd zeg ik je dat ik niet hou van dit soort praktijken. ‘Als je eraan begint, moet je het ook afmaken.’ Dat is mijn filosofie.
Dus kijken we verder naar de film, maar ik toon nog regelmatig mijn ongenoegen. Tot je besluit dat je dit niet fijn vindt. ‘Ik zie je niet graag zo beteuterd.’ Dus zijn we nu toch vertrokken. Voor het eerst open ik mijn ogen en kijk naar je. Heel de tijd kijk ik je aan. Ik glimlach naar je en je glimlacht terug. ‘Lekker’ gebaar ik en daar is opnieuw je glimlach.
Ik zie je klaarkomen. ‘Dat was de beste seks van mijn leven.’ krijg ik te horen. Even nog leg ik mijn armen om je heen. Dankbaar voor die opmerking. Kijk ik naar je lippen en streel ze met mijn vinger.

Op de zetel kunnen we niet blijven dus verhuizen we naar boven, naar je bed. Daar geef je mij een kleine dvd speler. Ik heb geen oordoppen bij en je snurkt soms dus zou het kunnen dat ik niet kan slapen. Terwijl ik mij installeer heb jij een doos genomen en zit je met een brief op de rand van het bed. Intensief ben je de brief aan het lezen. Ik schuif wat dichterbij en merk plots dat het een brief is van je moeder. Het hartverscheurende verhaal is me bijgebleven. Je moest haar afgeven, veel te vroeg. Het heeft je net zoals de scheiding van je ouders, littekens gegeven.
Kortstondig vraag ik me af of ik dit wel mag zien. Dit intieme moment wordt met mij gedeeld. Daarom wil ik je ook laten merken dat ik de ernst begrijp, zonder te melig te doen. Ik leg mijn linkerhand op je schouder, en mijn rechterhand rond je rechterbiceps. Zacht geef ik een kusje op je schouder, waarna ik mijn hoofd neerleg. Je toont me een foto en een briefkaart. Het raakt me diep van binnen.
De doos blijft aan de rand van het bed staan terwijl we onder de lakens kruipen. Ik geef je nog een warme omhelzing en een stevige zoen. Daarna laat ik je slapen.
Ik kijk naar Into the wild. Tegen het einde van de film val ik ook in slaap.
’s morgens word je wakker en duidelijk goed uitgerust. Want na twee seconden liggen we passioneel te zoenen. Ook deze keer kijk ik naar je, en jij naar mij.
En deze keer eindig je met ‘je bent abnormaal lekker’. Nog nooit ben ik zo zeker van mijn stuk geweest. Dit voelt zo goed. Ik tintel van boven tot onder. Maar zeggen ‘ik hou van je’, dat is het niet. Het is gewoon leuk, en gemakkelijk. Zou ik je aan mijn ouders voorstellen?
Nee, daarvoor is dit niet wat het moet zijn.

Ik geef je nu af en toe ook een compliment. Ik laat je weten hoe goed je mijn lichaam kan beroeren. Dat je mij een goed gevoel geeft. Waarvan niets gelogen is.
Twee dagen later gaan we op weekend met de jeugdclub. Jij als deelnemer, ik als keukenpersoneel. Slapen in een tent is een gruwel voor mij. Maar ik weet dat jij er ook bent, en dat maakt het net iets prettiger. Het feit dat ik weet dat je er rondloopt is wel spannend. Kijk je naar mij, kijk ik naar jou?
De eerste avond verdwijn je plots met twee vrienden voor een tijdje. En het is niet moeilijk te raden waarom. Op zich heb ik daar niets op tegen, het maakt een mens alleen zo sloom en vooral moe. Dus nadien is er niet veel meer aan je aanwezigheid. Eén keer zet ik me op je schoot. Niet voor lang, maar blijkbaar genoeg om de geruchtenronde in werking te zetten.
Ik heb ook besloten dat het me geen reet interesseert wat de rest ervan zegt. Ik kijk naar jou hoe ik wil, ik doe gewoon wat ik wil. Laat ze maar praten.
Jij kruipt in je tent, ik stuur je een sms. Of je niet even bij me wil komen. Geen antwoord. Een kandidaat heeft zich ondertussen aangeboden om mij te komen vergezellen. Maar die wijs ik krachtdadig af. Ik weet dat ik mag doen wat ik wil, jij ook. Maar ik heb geen zin in een andere man. Waarom zou ik jou aanraking willen wegvegen met die van een ander? Hoe kan ik tijdens de dag naar jou kijken en dan daarna mijn lippen op een andere mond drukken?

De volgende dag ben ik bezig met het ontbijt. Af en toe passeer je en zie ik je blauwe ogen naar mij kijken. Ik glimlach en jij beantwoordt dat.
Ik wil je vertellen wat ik de vorige avond heb gedaan. En even later vind ik een moment dat we alleen zijn. Ik vertel je dat ik liever bij jou ben. Jij moet lachen omdat ik zeg dat jij veel beter bent. Zie ik daar wat angst in je ogen?
Had ik het beter niet gezegd? Want mijn gevoel beliegt me of het is zo. Maar het lijkt alsof je je plots terugtrekt. Je verschijnt niet meer aan de keuken. Je bent plots bezig met een jong dom meisje in te smeren met zonnecrème. Ook als ik je ’s avonds probeer te benaderen voel ik een afstand. Je kijkt niet meer zoals daarvoor. Opnieuw blijft mijn vraag per sms onbeantwoord..
Ik ben moe, ik heb nog geen moment geslapen. En een vermoeide geest, begint te hallucineren. Zondag ben ik een wrak. Boos en geïrriteerd loop ik rond. Als ik je tegenkom verwacht ik een uitleg en die komt er niet. Ik verval in mijn maar al te gekende LAAT MAAR routine.
De vrouw die gisteren heel de avond naast je zat komt afscheid nemen. Ze streelt over je slaap en deelt een scheve glimlach die mijn vermoeide ogen als verdacht registreren.
Even later begint iedereen van de scène te verdwijnen. Het afscheid komt dichterbij en jij vertrekt hierna een week op reis. Dus zal een korte omhelzing het moeten doen.
Maar jij bent nergens te vinden. Je zit al in de auto bij je vrienden en ik heb er genoeg van.
Heel de weg naar huis bouwt zich een vreselijk scenario op in mijn hoofd. Ik overtuig mezelf ervan dat ik gelijk heb. En weerom krijg ik geen antwoord op mijn sms, waarom je geen afscheid kwam nemen..
Eenmaal thuis ben ik op, het enige wat ik wil doen is huilen en slapen. Ik begrijp er niets van en zoek naar antwoorden. Die omschakeling van je heb ik me toch niet ingebeeld?
Ik besluit het hier niet bij te laten. Dit rotte gevoel en al die vragen wegen te zwaar. Of het een juiste beslissing was weet ik pas nadien.
De mail met mijn kwetsbare ik gaat jouw richting op. De reactie erop had ik niet verwacht. Ik dacht dat we erover gingen praten, dat het wel in orde zou komen. In plaats daarvan krijg ik te horen dat ik teveel verwacht, dat je ermee wil stoppen.
En dan de zin die ik al zo vaak gelezen heb. ‘Ik wil je niet kwetsen.’
Daar had je dan misschien eerder aan moeten denken. Voor je al die andere dingen in mijn oor fluisterde. Die kan je niet meer wissen. En nu laat je mij hier onbeschaamd achter, alleen op mijn zetel. Geen lepel meer, geen vingertoppen, geen gefluister of gekerm. Alleen mijn tranen, het water van de douchekop op mijn huid om nog iets te voelen.
Hoe is het zover gekomen? Lijkt het alsof we op één seconde plots elkaars plaats hebben ingenomen. Ben ik nu degene die de vragen stelt en jij die de neutrale antwoorden geeft.

En zo sta ik onder mijn koude douche. Vol onbegrip.
Want de mooiste vrouw en de beste seks van je leven… geef je toch niet zomaar op?
En het enige wat er de volgende weken door mijn hoofd speelt, als een film. ‘Ik begrijp het niet, ik begrijp het niet, ik begrijp het niet!’
IK BEGRIJP HET NIET!!!

Door: Kathleen | 14-11-2011 22:53

Onderwerpen

Intimiteit

Stem

Statistieken

  • 0 stem(men)
  • 1 unieke ingelogde bezoekers
  • 0 reacties

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie!