Gekrabbel.be - Uw literair geknabbel

Naar menu

Verhaal: Het scheppingsverhaal van de grasmus

Het scheppingsverhaal van de grasmus

God Schiep de aarde. En de zon, de maan, het licht, de zee, de bomen, de planten, de dieren en nog veel meer. Het was prachtig. Maar er ontbrak iets.

God wou iets speciaal. En hij schiep de mens. Maar die was niet speciaal genoeg. En god dacht na. Hij dacht heel diep na. Hij dacht zo diep na dat hij er rood van werd. En opeens wist hij het. Een grasmus. Hij had de gewone mus altijd al een fascinerend diertje gevonden, maar die was toch niet volmaakt. Dus dacht hij nog eens diep na wat hij zou veranderen aan de gewone mus om de perfecte nieuwe mus te krijgen.

Om een grasmus te scheppen had God natuurlijk gras nodig. Hij keek rond op de aarde tot hij een grasveldje gevonden had. Daar kon de grasmus zijn eerste stapjes zetten. Hij ging midden in het veldje staan en concentreerde zich op het beeld van de grasmus dat hij in zijn hoofd had.

En ja hoor, daar verschenen de pootjes. De pootjes waren zo dun als een takje en hadden kleine nageltjes. En aan de pootjes kwam een lijfje. Het was donzig en had een lichtbruine kleur. En aan het lijfje kwam een prachtige donkerbruine staart en donkerbruine vleugeltjes. Het kopje verscheen gelukkig ook. Het had glanzende oogjes en een vlijmscherp snaveltje. Onder zijn snavel werd het bruine dons wat lichter en langer. Het leek wel een baardje.

‘Goed’ dacht god ‘een lijfje hebben we al, nu moet het alleen nog leven.’ En hij ademde over de grasmus. Het kleine vogeltje begon te tjilpen. Het was zo’n grappig geluid! God moest er een beetje van lachen. Het vogeltje flapperde met zijn petieterige vleugeltjes en steeg op. Het vloog een toertje en landde op God zijn schouder.

Maar toch was het nog niet helemaal in orde. De grasmus was zo alleen. Dus schiep God nog een grasmus. Deze leek op de eerste grasmus, maar had toch enkele verschillen. Het diertje had bijvoorbeeld een veel dikkere borst. En de donkerbruine kleur van de eerste grasmus was iets lichter bij de tweede. God blies nu ook over de tweede grasmus. En hoewel ze verschillend waren vlogen ze samen gelukkig rond. De eerst grasmus had nu helemaal geen aandacht meer voor God en ze verdwenen samen uit het zicht.

‘Nu pas’ dacht God ‘is de wereld volmaakt’. En de dagen verstreken. Sommige dieren stierven uit en nieuwe dieren ontstonden. Maar met de grasmus is nooit iets gebeurd. Het was het lievelingetje van God.

Door: Katrijn | 18-11-2009 19:23

Stem

Statistieken

  • 3 stem(men)
  • 4 unieke ingelogde bezoekers
  • 0 reacties

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie!